"Leren leven door levend leren"
Onze school is een Vrijeschool: een school waar gewerkt wordt vanuit de ideeën van Rudolf Steiner, de grondlegger. Het mensbeeld dat daaraan ten grondslag ligt is het antroposofisch mensbeeld. Het is een visie op de ontwikkeling van het kind en de mens in het algemeen, vanuit deze visie worden duidelijke keuzes gemaakt m.b.t. de leerstof, het leerplan en het didactisch handelen van de leerkrachten. In grote lijnen houdt dat het volgende in:
Op de Vrijeschool wordt elke overheidsbemoeienis kritisch gevolgd. (Vrij = vrijheid van inrichting). De leraren moeten het onderwijs vormgeven, niét de staat.
We gaan uit van het feit dat de ontwikkeling van kinderen volgens bepaalde wetmatigheden of ontwikkelingsfasen verloopt. Deze ontwikkelingsfasen vormen het uitgangspunt voor de keuze van de leerstof en de wijze waarop deze aangeboden en verwerkt wordt. Uitgangspunt daarbij is een 12 jarig leerplan dat het continue ontwikkelingsproces zo goed mogelijk zal begeleiden vanaf de kleuterklas, waarbij kinderen een zo veelzijdig mogelijke ontwikkeling doormaken. Cognitieve vaardigheden zijn daarbij gelijkwaardig aan emotionele en kunstzinnige vormingsgebieden. In de praktijk betekent dit een zeer breed vakkenaanbod, waarin een intensieve beleving van de leerstof en een kunstzinnige omgang daarmee centraal staan. De leerstof is primair bedoeld als ontwikkelingsstof. Kortom: Wij proberen het ‘Leren met hoofd, hart en handen' dagelijks in praktijk te brengen.
Het één en ander gebeurt vanuit een uitgebreid leerplan, waarin, behalve als oefenstof, weinig gebruik wordt gemaakt van standaard methodes. De ordening van de leerstof is in jaarklassen. Er wordt een groot beroep gedaan op de creativiteit van het team, individuele leerkrachten en leerlingen. Enkele uitgangspunten daarbij zijn:
- 4-6 jaar: Het spel, waarin de fantasie gestimuleerd wordt, staat centraal. Er wordt nog geen beroep gedaan op intellectuele vaardigheden in voorbereidend lezen en rekenen; er wordt vanuit de nabootsing gewerkt zodat op spelende wijze het aanvankelijk lezen, schrijven en rekenen aan de orde komt. Belangrijk zijn: De zintuiglijke ontwikkeling (o.a. door natuurlijke materialen), zang- en kringspelen, motorische vaardigheden en de verbinding met de seizoenen.
- 6-12 jaar: Beleving van de lesstof staat centraal. Leren met het hart; enthousiasme voor de lesstof (van leerkracht én leerling) is belangrijk. Verder: Kunstzinnig werk, bewegingsonderwijs, jaarthema's en projectonderwijs. Het vakkenaanbod is zeer breed en wordt onderling gelijkwaardig gewaardeerd.
- 12-18: Denken en inzicht staan centraal. Eigen gedachtevorming is belangrijk, evenals zelfwerkzaamheid en motivatie. Zo veelzijdig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid door breed vakkenaanbod en diverse werkvormen.
- Ritme en de jaarfeesten: Ritme neemt in onze onderwijspraktijk een belangrijke plaats in. Door het vieren van de jaarfeesten zoals b.v. Michaël, Sint Maarten, Advent, Sint Nicolaas, Kerst, Drie Koningen, Carnaval, Palmpasen en Pasen, Pinksteren en Sint Jan, volgen we ritmisch het jaarverloop. In de indeling van het periodeonderwijs houden we rekening met het ritme van opnemen en verwerken (in- en uitademen). Ook de schooldag zelf is ritmisch opgebouwd: hoofdonderwijs, oefenuren, vaklessen en praktisch-kunstzinnige vakken. De leermethodiek kent het ritmisch verloop van leren kennen, leren begrijpen en leren beheersen. Bij deze leermethodiek is het gebruikelijk om te werken met de kwaliteiten van de nacht: niet alleen de bewuste processen van de dag, maar ook de onbewuste van de nacht (verteren, vergeten, het geleerde verbinden met je totale wezen), zijn van belang.
|