|
De derde klas is een harmonische klas, de kinderen zijn speels en volgzaam. Wel wordt ze zich steeds meer bewust van de wereld om zich heen, en dan met name hoe andere mensen reageren op die wereld. De derdeklasser ontdekt dat kinderen niet allemaal hetzelfde zijn en ook andere gevoelens hebben.
VertelstofVerhalen uit het Oude Testament vormen de vertelstof voor de derdeklassers. De verhalen zijn, evenals de fabels, niet religieus maar pedagogisch bedoeld. De ontwikkelingsgeschiedenis van het Joodse volk weerspiegelt in het groot de thema’s die in de derdeklasser leven. De derdeklasser meet zich aan de strijd die het Joodse volk onder de strenge, rechtvaardige leiding van Jahweh moest meemaken. Onbewust ervaart het kind in de vertelstof de strijd die het zelf doormaakt. TaalEr zijn vier taalperiodes. Het spreken wordt verder ontwikkeld door gedichten, ritmische oefeningen en recitaties. Dit veelal in verband met de vertelstof. De leerlingen leren vloeiend te schrijven in een lichthellend schrift. Er wordt veel aandacht gegeven aan de vormgeving van de letters en verbindingen. Vanuit de beelden van de vertelstof maken ze kennis met de werkwoorden, zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden. De spellingsregels worden aangeboden en toegepast. Een derdeklasser leert verhaaltjes en versjes te schrijven. RekenenEr zijn ook vier rekenperiodes. De kinderen leren de 4 hoofdbewerkingen naar eigen vermogen. De tafels van 1 t/m 12 worden geleerd. Er wordt gerekend aan de hand van situaties uit het dagelijks leven, zoals het werken met geld. In de derde klas beginnen we ook met het cijferend rekenen. Naast de vakuren zijn er ook oefenuren voor rekenen en taal door de week heen. Daarin wordt de periodestof nog eens extra doorgenomen. Er wordt in deze uren nog wel klassikaal, maar zoveel mogelijk individueel en op eigen niveau gewerkt. Daarvoor zijn reken- en taalboeken beschikbaar. HeemkundeEr zijn twee heemkundeperiodes. In de derde klas is er nog steeds de aandacht voor de leefomgeving. Maar deze wordt steeds groter. Een van de periodes wordt meestal besteed aan huizenbouw. Hierin wordt de ontwikkeling van het huis, van grot tot moderne woning, doorleefd. Alle beroepen die hierbij aan de orde zijn kunnen aan bod komen. Tevens zal een aantal ambachten worden besproken en zo mogelijk ook uitgeoefend. VaklessenBij Engels en Duits staat het luisteren en spreken centraal. Op een speelse manier leren de kinderen voorwerpen, lichaamsdelen en zaken waarmee ze direct in aanraking komen benoemen. Grammatica is nog niet aan de orde; de taal wordt geleerd zoals de moedertaal, door het nadoen. Rijmpjes, liedjes, verhalen en toneelstukjes in de taal ondersteunen het ‘gevoel krijgen’ voor het eigene van klank en ritme. Natuurlijk worden er ook al tekeningen gemaakt met de vreemde woorden erbij. Schilderen, tekenen en muziekBij het schilderen spelen de kleurbeleving en de beweging een grote rol. De kinderen leren bepaalde gevoelens in vorm en kleur uitdrukken. Het tekenen wordt steeds meer een uitdrukkingsvorm, een manier om iets te vertellen. Bij het zingen is de zorg voor de stem, met name de articulatie, van belang. De fluitlessen, die vanaf klas 1 gegeven worden gaan gewoon verder. GymnastiekGymnastiek bevordert de ruimtelijke oriëntatie, het zelfvertrouwen en de wilskracht. Gewerkt wordt onder meer met kring- en bewegingsspelen, balspelen en vrij bewegen aan toestellen. |