|
De basismotorische vaardigheden, oriëntatie in de ruimte en kennis van het eigen lichaam behoren afgerond te zijn om een goed leerproces te kunnen vervolgen. Ze worden getoetst in het tweedeklas onderzoek.
VertelstofIn de tweede klas is de vertelstof tweeërlei. Aan de ene kant is er de dierenfabel, deze laat de dieren in hun eenzijdigheden zien. Aan de andere kant zijn er de heiligenlegende. in deze verhalen treden de verschillen tussen mens en dier beeldend op de voorgrond. De fabel toont de zwakheden van de menselijke ziel, maar dan verwerkt in de dierengedaante. In de heiligenlegenden zien we de heiligen die op zoek gingen naar hun doel, hun taak in het leven. TaalMet behulp van gedichtjes, ritmische oefeningen, reciteren en toneelspel wordt het spreken geoefend. De eerst losse letters gaan langzaam aan over in het gebonden schrift. De kinderen worden gestimuleerd om zelf veel te schrijven. Het lezen gat gewoon door en wordt verder ontwikkeld. Ook de bijzondere lettercombinaties, zoals ieuw, au etc., komen uitgebreid aan bod. De kinderen worden gestimuleerd om zelf verhaaltjes te schrijven. Dit hoeft niet taalzuiver te zijn maar geeft vorm aan de fantasiekracht. Bij het overnemen van letters en woorden krijgt de juiste schrijfwijze speciaal aandacht. Het bewuste spreken wordt geoefend en ondersteund door ritmisch lopen, spreken en bewegen. Bij toneelspel komen spraak, vertelstof, inleven en uitbeelding samen. RekenenDe begrippen "tiental" en "eenheid" worden aangeboden. De vier hoofdbewerkingen worden uitgebreid tot 100. Het tellen loot nu door tot de 1000. De tafels van vermenigvuldiging van 1 t/m 20 worden aangeboden en geoefend. Getallenreeksen worden oplopend en afdalend gereciteerd. Jaargetijden, maanden, de week en de klok worden beleefbaar gemaakt en daarna praktisch aangeleerd. De hele en halve uren moeten beheerst worden. HeemkundeDe natuurbeleving zoals die in klas 1 in gang gebracht is wordt verder ontwikkeld. |